Skip to content

info

info
Home arrow Klachten arrow Persoonlijkheids stoornissen
Skip to content
Persoonlijkheids stoornissen PDF Afdrukken E-mail
Artikel index
Persoonlijkheids stoornissen
Pagina 2
Pagina 3
Pagina 4
Pagina 5
Pagina 6
Pagina 7
Pagina 8

Statistische gegevens. De borderline-stoornis komt voor bij ongeveer 2% van de bevolking, bij 20% van alle psychiatrische patienten, bij 50 a 75% van alle opgenomen psychiatrische patieten. Bij 75% is er sprake van traumatische gebeurtenissen in de voorgeschiedenis. Een op de tien mensen met een borderline-stoornis komt om het leven door zelfdoding.

Het verloop.

De borderline-stoornis komt vaak voor het eerst tot uiting tussen het 18 de en 25 ste levensjaar. Dat is een levensfase met grote veranderingen op het gebied van relaties, werken, wonen of studeren. Voor het 18 de levensjaar kunnen de verschijnselen zich ook wel voordoen, maar zijn dan moeilijk te onderscheiden van heftige puberteitsverschijnselen. Tussen het 20 ste en 30 ste levensjaar zijn de problemen doorgaans het heftigst. Na het 30 ste levensjaar nemen bij veel mensen de verschijnselen geleidelijk aan wat af. Het verloop kan overigens grillig zijn. In een levensfase met veel stress kunnen de verschijnselen weer de kop op steken. Afhankelijk van de persoon, de levensloop en eventuele behandeling kunnen de klachten zich verschillend ontwikkelen. Een flink deel komt over de klachten heen, een andere groep leert met de klachten omgaan en weer anderen houden er veel last van.

Oorzaken.

Zoals voor zoveel stoornissen geldt ook hier een samenspel van aanleg en ervaringen. Aanleg voor impulsiviteit en stemmingswisselingen kan in de hersenen aanwezig zijn, zodat prikkels anders verwerkt worden en er anders op wordt gereageerd. De een heeft een wat heftiger temperament dan de ander. Ingrijpende gebeurtenissen in de vroege jeugd zoals emotionele verwaarlozing, een scheiding, een groot verlies, gevoelens van grote onveiligheid, of andere traumatische gebeurtenissen komen veelvuldig voor in de voorgeschiedenis van mensen met een borderline-stoornis. Overigens niet bij iedereen. En ook omgekeerd geldt: niet iedereen die zulke ervaringen heeft meegemaakt ontwikkelt een borderline-stoornis.

Behandeling.

Mensen met een borderline-stoornis kunnen dikwijls hun ernstige problematiek goed maskeren of verbergen voor anderen. Ze zijn vaak charmant, grappig en onderhoudend op momenten waarop ze niet suicidaal zijn of tot razernij vervallen. Vandaar dat de diagnose vaak gemist wordt of een verkeerde diagnose gesteld wordt (manisch-depressief b.v.) en dus verkeerd behandeld wordt. Niet iedere therapeut staat te trappelen om iemand met een borderline-stoornis in behandeling te nemen want de neiging anderen te idealiseren en te devalueren doet zich ook in de therapeutische situatie voor. Het ene moment ben je de beste therapeut ter wereld, het andere moment ben je de meest waardeloze therapeut die er bestaat. Bovendien zijn mensen met een borderline-stoornis berucht vanwege hun therapie-ontrouw, ze kappen er vaak plotseling mee. En triest genoeg leidt de vaak overweldigende innerlijke chaos, angst en schaamte, dikwijls tot het weigeren van een behandeling of therapie, terwijl behandeling juist tot een aanzienlijke verbetering van de kwaliteit van het leven zou kunnen leiden. De meeste deskundigen zijn het erover eens dat de behandeling het best ambulant kan geschieden. Maar soms, als het niet anders kan, is een kortdurende opname nodig. De behandeling is overigens langdurig, daar mag geen misverstand over zijn. En het vraagt veel van zowel de client als de therapeut. Omdat het kunnen opbouwen van een vertrouwensrelatie zo'n belangrijke rol speelt in een therapeutisch proces en mensen met een borderline-stoornis het daar zeer moeilijk mee hebben, kan een behandeling met vallen en opstaan verlopen.


 
< Vorige   Volgende >